Gemeente · hulp bij het huishouden · taakstelling 2029
De benodigde draagkrachtgrens voor Veendam is berekend en op aanvraag beschikbaar. De korting, de uitgaven en het herverdeeleffect hieronder komen uit BZK en CBS en zijn door iedereen na te rekenen; die staan er dus gewoon. De grens waarop de taakstelling sluit is de uitkomst van onze eigen berekening, en die geven wij per gemeente op verzoek. Vraag hem op via info@rekenlaag.nl, met vermelding van de gemeente. Kosteloos. De onderbouwing op de eigen cijfers van de gemeente, met het te reserveren bedrag per mogelijke grens, maken wij op opdracht: zie Wat dit is.
Deze gemeente leverde geen eigen uitgavencijfer aan CBS. Het bedrag is geschat op het aantal cliënten maal het landelijk gemiddelde en is daarmee minder precies dan bij de overige gemeenten.
Het kabinet haalt vanaf 2029 netto circa €1,0 miljard uit het gemeentefonds omdat hulp bij het huishouden verdwijnt als maatwerkvoorziening: bruto €1,4 miljard eruit, €430 miljoen terug als vangnetmiddelen. De korting loopt via het cluster Individuele voorzieningen Wmo van het verdeelmodel, met objectieve maatstaven zoals eenpersoonshuishoudens, huishoudens met een laag inkomen en inwoners van 75 jaar en ouder. BZK publiceerde de uitkomst per gemeente bij de meicirculaire 2026 en actualiseerde de aantallen bij de septembercirculaire; voor Veendam is de netto korting €1,95 mln per jaar.
Die korting bedraagt 47,2% van wat Veendam in 2024 aan hulp bij het huishouden uitgaf. Landelijk is de mediaan 52,3%; bij acht van de tien gemeenten ligt dat aandeel tussen 40,1% en 71,2%. De officiële verdeling pakt voor Veendam €0,34 mln per jaar lager uit dan een verdeling naar rato van het gebruik zou doen.
De maatregel belooft een vangnet voor wie het niet zelf kan betalen, maar noemt geen inkomensgrens. Rekenlaag heeft voor Veendam berekend welke grens er nodig is om het bedrag op te halen, op basis van de feitelijke inkomensverdeling van de huidige cliënten. Die uitkomst staat niet op deze pagina en is op aanvraag beschikbaar.
Wat hierboven staat komt uit de BZK-rekenbestanden en de CBS-statistiek en is door iedereen na te rekenen. De grens is de uitkomst van onze eigen berekening; die geven wij per gemeente, aan wie erom vraagt. De landelijke verdeling blijft wel openbaar: mediaan €27 250, en in 240 van de 319 doorrekenbare gemeenten ligt de grens onder €30.000. Zie methode en beperkingen.